BPSW directeur Jan Willem Bruins: Sociaal werk samen tot een sterk merk maken

Jan Willem Bruins is sinds 1 oktober 2018 algemeen directeur van de BPSW. Hij vertelt over zijn visie op de unieke kern van sociaal werk, en op de verbreding en groei van de vereniging.

Wat vind je van de verbreding die de BPSW heeft ingezet?
‘Daar ben ik een groot voorstander van. Het huis van de BPSW kan veel kamers hebben. In die kamers of communities kunnen professionals in sociaal werk elkaar ontmoeten voor  functie- of beroepsspecifieke vraagstukken. Het is soms ook interessant om aan meerdere communities van de BPSW deel te nemen. En tegelijk heeft iedereen ook een verbinding met de gemeenschappelijke huiskamer. Daar maken we samen het sociaal werk tot een sterk merk. Het beroep kent al lang vele varianten èn we delen al lang een belangrijke kern met elkaar: wij zijn allen experts in het bevorderen van sociaal functioneren. We werken allen vanuit een onafhankelijke analyse van de wisselwerking tussen leef- en systeemwereld. Dit is de unieke kern van ons beroep. Het is belangrijk dat we ons sterk maken voor deze gemeenschappelijke identiteit. Het is ook een beetje Nederlands dat we onze identiteit sterk beleven in het benadrukken van de verschillen. Het internationale sociaal werk kent ook al die verschillende functies maar men ervaart zichzelf toch eerst en vooral als sociaal werker.’

Geldt dat ook voor de generatie sociaal werkers die nu afstudeert?
‘Ja, de nieuwe generatie studeert Sociaal Werk en zal dus meer vertrouwd zijn met die gemeenschappelijke kern. Maar deze nieuwe sociaal werkers hebben zich ook gespecialiseerd in Jeugd, Zorg of Welzijn & Samenleving. De BPSW en het hoger onderwijs hebben goed samengewerkt bij het vraagstuk van eenheid en verscheidenheid. Het is niet òf òf. De klassieke opleidingen Sociaal Pedagogische Hulpverlening, Sociaal Cultureel Werk en Maatschappelijk Werk en Dienstverlening hadden ook al veel gemeenschappelijk. En ook toen waren er al veel specialismen. Maatschappelijk werkers zijn nog steeds in veel verschillende functies werkzaam: casemanager, bedrijfsmaatschappelijk of medisch maatschappelijk werker, raadsonderzoeker, jeugdzorgwerker, etc. Er is altijd al een ‘dubbele’ identiteit geweest.’

Hoe gaat de BPSW groter worden?
‘Ik zie veel kansen. Ieder jaar studeren ruim 5000 nieuwe sociaal werkers af. We kunnen als BPSW veel voor hen betekenen. Daarom gaan we een grote campagne met het hoger onderwijs opzetten. Het is belangrijk dat je je al jong eigenaar voelt van je beroep, juist nu de professionele autonomie in sommige sectoren onder druk staat.

We zien al ledengroei: sociaal werkers zien steeds meer het belang eigenaar te zijn van je beroep. Zie ook de sterke actiebereidheid van de jeugdzorgprofessionals. Een beroepsvereniging kan veel doen aan collectieve belangenbehartiging. Zo hebben de casemanagers dementie in sociaal werk samen met de BPSW grote stappen gezet in de professionalisering en positionering van hun vak. Dat vak staat het komende decennium als een huis.

Steeds meer beroepsgroepen zien dit belang. Denk aan opbouwwerkers, het beroep is duidelijk aan een revival bezig. Maar samenlevingsopbouw staat niet vanzelf op de politieke agenda. Opbouwwerkers kunnen hun vak nog sterker neerzetten door op landelijke niveau meer aan collectieve belangenbehartiging te doen. We zijn op dit moment met een aantal ervaren opbouwwerkers in gesprek over wat we samen kunnen doen om deze belangrijke vorm van sociaal werk verder te versterken.’