Column Lies Schilder: Ik vertrek

Door: algemeen directeur Lies Schilder

Een nieuwe herfst en een nieuw begin. Zo begon ik zeven jaar geleden mijn eerste column voor deze nieuwsbrief. Buiten stormde het en ik vroeg me af of dat een voorteken was.

Nu, zeven jaar later weet ik dat ik boeiende, en inderdaad ook stormachtige periodes tegemoet ging. Waarin ik het een eer vond om in samenwerking én belangenstrijd met andere partijen het sociaal werk te versterken en de belangen van onze beroepsgroep te behartigen.

Ik noem een aantal memorabele gebeurtenissen.

  • De verdere loskoppeling van NVMW en BAMw, nu Registerplein, vormde direct een uitdagende opdracht. Met vallen en opstaan lukte het om die bevredigend op te lossen voor beide partijen. Sindsdien beheren we in goede verstandhouding ‘apart together’ onze registers voor maatschappelijk werkers en sociaal agogen.
  • De oprichting van het wettelijk ingekaderde beroepsregister voor professionals in de jeugdzorg, SKJ was ook zo’n roerige periode. We deden dit samen met de beroepsverenigingen NIP en NVO en in nauwe samenwerking met VWS. Dit was een historisch gebeuren. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis van het sociaal werk werd de beroepsuitoefening van een groep sociaal werkers wettelijk beschermt. Ik schreef namens de BPSW mee aan de concept wettekst. Het was een kick om tot op dat niveau de stem van de beroepsgroep te mogen vertolken. En ik hoor tot mijn genoegen dat die stem steeds luider wordt. Zoals nog onlangs, op 3 september, toen jeugdzorgwerkers in Den Haag protesteerden tegen de uitholling van hun vak. Ook daar was de BPSW bij!
  • Ook de intensieve participatie aan landelijke programma’s voor professionalisering kende menig enerverend moment. Ik merkte ook hier regelmatig dat behartiging van onze beroepsgroep nog nodig is. De expertise van sociaal werkers is bij andere partijen nog te weinig bekend. Daar kunnen beide partijen iets aan doen. Sociaal werkers kunnen hun kennis meer etaleren en leidinggevenden en financiers kunnen daar vaker om vragen. De hartverwarmende en vaak indrukwekkende projecten en praktijken van sociaal werkers die ik als jurylid van landelijke prijzen onder ogen kreeg, laten zien wat dit etaleren kan opleveren. Bijvoorbeeld inzendingen voor de MKS-prijs en voor de verkiezing van de sociaal werker van het jaar. Zij laten de kracht van sociaal werkers zien. Het was fijn om vanuit de BPSW deze kracht letterlijk te mogen ‘aanprijzen’. Voor mij persoonlijk compenseerde dit een beetje het gemis van direct contact met de praktijk dat inherent is aan een directeursfunctie.
  • De meest enerverende gebeurtenis was de verbreding van de NVMW tot BPSW. En in het kielzog daarvan de verandering van de naam van Maatwerk in Vakblad Sociaal Werk en het hernieuwde lidmaatschap van de internationale vereniging, de IFSW. Transformaties die niet zonder slag of stoot gingen maar nu volop hun waarde bewijzen. Het beeld van de vereniging en dat van het vakblad zijn letterlijk en figuurlijk opgefrist; nieuwe groepen sluiten zich aan; het aantal leden groeit momenteel sneller dan ik in deze zeven jaar ooit heb meegemaakt en de BPSW is een graag geziene partner in landelijke netwerken en steeds vaker ook in internationale netwerken. Kortom: de BPSW vertolkt steeds luider en duidelijker de stem van steeds meer sociaal werkers - in al hun varianten. Dat was ook precies de bedoeling: ‘verbreden met behoud van identiteiten’. Ik zou zeggen: ga zo door!

Want ik vertrek. Ik draag het stokje na zeven mooie jaren graag over aan Jan Willem Bruins. De BPSW is bij hem in goede handen. Ik wens hem toe dat hij net als ik zal ervaren dat je heel wat turbulentie kunt hebben zolang je die kunt delen met betrokken en deskundige partners. Ik heb dit voorrecht volop gehad en daar dank ik u allen hartelijk voor. Hopelijk tref ik u op mijn afscheid op 4 oktober a.s., en zo niet: tot ziens! Het ga u goed!