Erken verblijfsrecht voor kinderen na maximaal 5 jaar. BPSW steunt oproep Defence for Children

Ongeveer 400 kinderen zijn al meer dan vijf jaar in Nederland zonder verblijfsvergunning. Deze kinderen leven in grote angst en onzekerheid. Angst dat ze teruggestuurd worden naar een land dat ze niet kennen omdat zij hier al jaren wonen, naar school gaan en vriendjes en vriendinnetjes hebben. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat uitzetting na een verblijf van vijf jaar in Nederland schadelijk is voor de ontwikkeling van kinderen.

Veel mensen denken dat er met de komst van het Kinderpardon in 2013 een oplossing is gekomen. Dat is helaas niet waar. 92% van de kinderen die een beroep doen op het Kinderpardon wordt afgewezen, ondanks dat zij al langer dan vijf jaar in Nederland verblijven nadat zij een verblijfsvergunning hebben aangevraagd. Per jaar komen er honderden gewortelde kinderen bij aan wie een verblijfsvergunning op grond van het Kinderpardon wordt geweigerd.

Uitzetting van deze kinderen is een schending van de kinderrechten. De kinderen en hun rechten moeten weer centraal komen te staan.  Defence for Children roept daarom op tot een wet met erkenning van het recht op verblijf voor kinderen die vijf jaar of langer in Nederland zijn.

De BPSW steunt dit statement. Het sluit aan bij het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind, dat een uitgangspunt vormt voor de Beroepscode Jeugdzorgwerker en de code van de Jeugd- en Gezinsprofessional. De BPSW kan en wil zich niet over individuele dossiers uitspreken, maar pleit er wel voor dat de rapportages van de professionals die werken bij de Raad voor de Kinderbescherming, het NIDOS of op andere plekken waar deze 400 kinderen in beeld zijn, serieus wordt meegewogen in de besluitvorming.

Het ondertekenen van het kinderrechtenverdrag zoals Nederland dit heeft gedaan, betekent dat de logica dat ‘vreemdelingenrecht boven familierecht gaat’ meer vraagt - namelijk: aandacht voor de belangen van het kind. En betekent ook dat rapportages over het welzijn en welbevinden van het kind niet ter zijde geschoven zouden moeten kunnen worden. De stem van de gewortelde kinderen én de professionals die met hen werken en over hen adviseren, dient te worden meegenomen. Juist in individuele dossiers.