Omgaan met meerdere beroepscodes als sociaal werker

Dit artikel is een bewerking van Dr. Allan Barsky, professor Social Work aan de Florida Atlantic University en voormalig voorzitter van nationale commissie ethiek van de National Association of Social Workers (NASW). Het originele artikel is gepubliceerd als: Ethics Alive! Coping with Multiple codes of Ethics as a Social Worker (2016) op de website ‘The New Social Worker’, www.socialworker.com.

Het artikel is op hoofdlijnen vertaald en toegepast op de Nederlandse situatie door Jurja Steenmeijer, MA, ethicus en stafmedewerker jeugd bij de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW).

Wanneer sociaal werkers toetreden tot de beroepsgroep, veronderstellen ze misschien dat er maar één ethische code is die ze moeten leren kennen en volgen. Alhoewel er sociaal werkers zijn die handelen volgens de voorschriften van één code, zijn veel sociaal werkers gehouden aan meer dan één code of standaard. Als een mediator bijvoorbeeld volg ik[1] niet alleen de NASW code, maar ook de beroepscode van de beroepsvereniging voor mediators. Net als er ook speciale codes zijn voor sociaal werkers met specialismen zoals: HRM professionals, groepstherapeuten, pastoraal werkers, schoolmaatschappelijk werkers, professionals in de verslavingszorg en gezinsmediators[2].

Dus, welke code moeten sociaal werkers volgen? welke zouden ze moeten volgen? En als er conflicten ontstaan tussen de codes, welke code krijgt dan 'voorrang'?

Beroepsverenigingen zijn vrijwillige organisaties, wat betekent dat niemand wettelijk is gehouden aan lidmaatschap van deze verenigingen. Ik raad overigens alle sociaal werkers aan om lid te worden van de beroepsvereniging NASW, ook als is er geen wettelijk verplichting voor sociaal werkers om lid te zijn om hun beroep uit te oefenen[3]. Wanneer sociaal werkers lid worden van de NASW of een andere beroepsvereniging, dan committeren zij zich aan het volgen van hun beroepscode.

Maar ook wanneer sociaal werkers geen lid zijn van een beroepsvereniging, dan is het verstandig om de professionele standaarden te volgen welke gangbaar zijn in hun vakgebied. Wanneer een sociaal werker bijvoorbeeld wordt aangeklaagd voor wanpraktijken, dan kan de rechtbank een oordeel vellen over in hoeverre een sociaal werker gehandeld heeft in lijn met de NASW code of een andere praktijkstandaard. Bij een rechtszaak is het de vraag of de sociaal werker heeft gehandeld naar de plicht om te zorgen (of een praktijkstandaard) die redelijkerwijs gevraagd mag worden binnen het vakgebied van de professional. Daarom kan een beroepscode ook relevant zijn wanner een sociaal werker geen lid is van een beroepsvereniging.

Laten we nu aannemen dat een sociaal werker ernaar streeft om twee beroepscodes te volgen, maar dat er potentiele conflicten zijn tussen deze standaarden. Hoe moet de sociaal werker een dergelijk conflict hanteren? In sommige gevallen heeft de ene code strengere eisen dan de andere code. Bijvoorbeeld, de NASW heeft een absoluut en levenslang verbod om een seksuele relatie met een cliënt aan te gaan. Een andere code, die van de American Psychological Association (APA code of conduct) heeft geen absoluut en levenslang verbod. Deze code biedt psychologen (onder bepaalde omstandigheden) om een seksuele relatie aan te gaan met een voormalige cliënt wanneer er tenminste twee jaar is verstreken sinds het beëindigen van de hulp- of dienstverlening. Stel dat een therapeut lid is van de APA en de NASW, dan moet hij de strengere standaard volgen. Wanneer hij de minder strikte norm opvolgt, dan bevindt hij zich in ethische en wettelijke zin op glad ijs.

In andere gevallen kan er een duidelijke tegenstelling bestaan tussen ethische standaarden. Bijvoorbeeld de ethische plicht om onpartijdig te zijn. In contrast daarmee zegt de NASW code dat sociaal werkers zich moeten inspannen voor sociale rechtvaardigheid, hun handelen is gericht op het uitbannen van discriminatie. Veronderstel nu dat een sociaal werker mediator is in een familie waarin mannen de vrouwen discrimineren. De NASW code suggereert dat de sociaal werker de belangen van de vrouwen moet beschermen. De beroepscode van mediators adviseert de mediator om onpartijdig te blijven, en niet de belangen van ene partij boven de andere te stellen. In dit geval kan het conflict worden opgelost door goed te kijken naar de rol van de professionals, inclusief dat waar de cliënt mee heeft ingestemd tijdens het proces van ‘geïnformeerde instemming’ (informed consent).

Sociaal werkers kunnen een breed spectrum aan rollen vervullen, bijvoorbeeld de rol van mediator, advocaat, verpleegkundige, makelaar, toehoorder, facilitator en organisator. Omdat de NASW code is ontworpen om het brede spectrum van rollen te omvatten, kan het geen onderscheid maken in de specifieke morele plichten voor de specifieke rol die de sociaal werker heeft ten opzichte van een particuliere cliënt. Dus alhoewel het in het algemeen de rol is van een sociaal werker om op te komen voor sociale rechtvaardigheid, deze rol past niet bij een sociaal werker die de rol van mediator vervult bij de familie uit het voorbeeld. In dit geval moet de werker de beroepscode van mediators volgen, welke meer ontworpen is voor deze specifieke rol.

Nu, handelt een sociaal werker die de rol vervult van een mediator in strijd met het principe van sociale rechtvaardigheid zoals verwoordt in de NASW code? Merk op dat de meeste normen zijn verwoord als schould, zou moeten. Het gebruik van deze term is opzettelijk, het betekent dat onder de meeste omstandigheden, de voorgeschreven standaard voor handelen passen en toepasbaar is. Maar het erkent ook dat er uitzonderingen zijn gebaseerd op particuliere omstandigheden, bijvoorbeeld de rol die de sociaal werker heeft.

Sociaal werkers zouden ook het onderscheid moeten maken tussen basisnormen en aspirationele normen. Basisstandaarden beschrijven welke gedragsregels minimaal in acht genomen moeten worden om de fundamentele waarden te respecteren. Bijvoorbeeld: sociaal werkers moeten vertrouwelijk omgaan met gegevens en informatie. Het doorbreken van deze vertrouwelijkheid is een breuk met de minimale gedragsregels. Aspirationele normen definiëren de ideale gedragingen van sociaal werkers. Het is wenselijk dat sociaal werkers deze idealen nastreven, maar zij worden niet per se aangesproken wanneer zij die niet in de praktijk kunnen brengen. Sociaal werkers worden geacht om sociale onrechtvaardigheid te bestrijden, maar ze zijn er niet aan gehouden om alle onrechtvaardigheden te allen tijde aan te pakken. Wanneer een basis- of minimale norm en een aspirationele norm op gespannen voet staan met elkaar, dan is het aan te bevelen om de basisnorm aan te houden.

Elke situatie waarin ethische normen lijken te conflicteren, vraagt om een particuliere analyse van de plichten van de sociaal werker, de handelingsopties en de mogelijke gevolgen van elke handelingsoptie.

Aspecten die daarbij kunnen worden meegewogen zijn:

  • Identificeer welke beroepscode(s) of praktijkstandaarden op jou als professional van toepassing zijn. Ofwel omdat je lid bent van een beroepsvereniging, ofwel omdat je ingeschreven staat in een beroepsregister.
  • Wanneer je een hulp- of dienstverleningsrelatie aangaat, leg dan aan de cliënt uit welke beroepscodes of praktijkstandaarden je volgt. Als onderdeel van het proces van informed consent verzeker je je ervan dat de cliënt weet welke professionele rollen je hebt en hoe deze invloed hebben op de ethische normen die je hanteert.
  • Voorkom dat je in contact met een cliënt meerder rollen vervult (bijvoorbeeld handelen als advocaat en als mediator, of als een beoordelaar en een hulpverlener). Deze rollen kunnen verschillende ethische verantwoordelijkheden oproepen.
  • Als er een conflict is tussen de normen van twee of meer codes, beoordeel dan op basis van het soort werk wat je doet welke code voorrang krijgt.
  • Wanneer de ene code striktere normen beschrijft dan een andere, handelen dan conform de striktere code om ervoor te zorgen dat je ze beide respecteert.
  • Als je niet weet hoe me omgaan met een potentieel conflict tussen normen: vraag advies! Mogelijke bronnen van advies zijn: een leidinggevende of een werkbegeleider, een jurist van je organisatie, je eigen juridische adviseur, de ethische consulenten of leden van ethische commissies van de beroepsvereniging waar je lid van bent.
  • Wanneer je moet omgaan met conflicterende normen, brainstorm dan over opties die je helpen om het conflict op te lossen en de risico’s voor de cliënt, jezelf en de organisatie te beperken.
  • Als onderdeel van het proces om risico te beperken is het verstandig om het de ethische kwestie te beschrijven, de manier waarop je het geanalyseerd, wie en op welke manier je om advies hebt gevraagd, je besluit en hoe je tot dit besluit bent gekomen.[4]

In een reclame van American Express wordt gesteld: ‘membership has its privileges’. Lidmaatschap van een beroepsvereniging of registratie in een beroepsregister heeft naast privileges ook plichten en verantwoordelijkheden. En ook sociaal werkers die geen lid van een beroepsvereniging of niet in een register zijn ingeschreven, worden geacht de ethische normen (beroepscode) te volgen.

Dit artikel is ingegaan op mogelijke conflicten tussen beroepscodes en normen. Het is geruststellend dat de codes van de beroepsgroepen binnen het sociaal werk veel overeenkomsten vertonen: respect voor de waardigheid en waarde van alle personen, het beschermen van de privacy van de cliënt, eerlijkheid, integriteit, het goede doen en schade voorkomen. Ingewikkelde conflicten komen mogelijk niet heel frequent voor. Maar wees voorbereid op situaties waarin ethische plichten met elkaar conflicteren.

[1] Met de ik-vorm wordt de auteur van het originele artikel aangeduid: Dr. Alan Barsky

[2] Dit zijn voorbeelden die in het oorspronkelijke artikel worden genoemd. Voorbeelden van Nederlandse beroepsgroepen met een beroepscode, onder andere: maatschappelijk werkers, sociaal- agogen, aandachtsfunctionarissen kindermishandeling, GGZ- agogen, cliëntondersteuners, sociaal werkers WMD, kinder- en jongerenwerkers

[3] Overigens geldt in Nederland voor jeugd- en gezinsprofessionals een verplichte inschrijving in het Kwaliteitsregister Jeugd. Daarnaast bestaan er (vrijwillige) beroepsregisters, onder andere voor

[4] Bijvoorbeeld door middel van ethische reflectie of een moreel beraad