Op weg naar een afwegingskader in de meldcode

Mariska van der Steege is projectleider voor het ontwikkelen van een gezamenlijk afwegingskader in de meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling. Diverse BPSW leden zijn hier nauw bij betrokken. Het afwegingskader helpt professionals de juiste vragen stellen en tot actie te komen. Het veilig opgroeien van kinderen, daar gaat het om!

Waarom moet er een afwegingskader in de meldcode komen?
Kindermishandeling en huiselijk geweld zijn een omvangrijk en taai maatschappelijk vraagstuk. Recent onderzoek laat zien dat geweld in gezinnen vaak langdurig is en zich herhaalt. Veel daarvan missen we omdat hulpverleners wisselen en weinig gezinnen langdurig gevolgd worden. Dit moet veranderen. Veilig Thuis krijgt daarom vanaf 1 januari 2019 een radarfunctie. Zo willen ze de situatie in gezinnen waar eerder geweld voorkwam, gedurende een langere periode monitoren. Gezinnen die structureel kampen met onveiligheid moeten dan wel bij Veilig Thuis gemeld worden. Het is aan de beroepsgroepen een veldnorm op te stellen. Daarmee kunnen ze afwegen of geweld al dan niet dermate ernstig is dat melden bij Veilig Thuis noodzakelijk is. Dit is wettelijke verankerd in een besluit dat vanaf 1 januari 2019 van kracht wordt.

Hoe komt het afwegingskader tot stand? 
Zo’n 150 beroepsgroepen vallen onder de werking van de meldcode. Denk dan aan onderwijs, artsen, verpleegkundigen en verzorgenden, paramedici, justitie en kinderopvang. En ook pedagogen, psychologen, therapeuten, jeugd- en gezinsprofessionals en sociaal werkers. Deze laatste beroepsgroepen vormen een cluster waar 13 beroepsverenigingen onder vallen, waaronder de BPSW. Daarmee ontwikkelen we een gezamenlijk afwegingskader. Dat doen we voornamelijk in een projectgroep waar inhoudelijke deskundigen vanuit de verenigingen mee-ontwikkelen. Een bredere vertegenwoordiging vanuit deze verenigingen kan tijdens klankbordbijeenkomsten in februari en april 2018 input leveren en meedoen. Daarnaast wordt afgestemd met o.a. Veilig Thuis, brancheorganisaties en kennisinstituten. Ik ben de projectleider voor dit cluster en werk het afwegingskader verder uit. Ik ben van origine orthopedagoog, inmiddels ook organisatieadviseur en zo’n twintig jaar werkzaam als adviseur, ontwikkelaar en projectleider in het jeugddomein.

Hoe worden professionals voorbereid?
Pedagogen, psychologen, psychotherapeuten, jeugd- en gezinsprofessionals en sociaal werkers die dat willen kunnen dus al in de ontwikkelfase input leveren en meedoen. Vanaf 1 juli 2018 gaan we ons afwegingskader meer bekendheid geven en implementeren. Daar ontwikkelen we in het voorjaar van 2018 een plan voor. Ik denk dat we in ieder geval voorlichting over het afwegingskader gaan geven, oefenen met praktijksituaties en online scholing aanbieden.

Wat is jouw toekomstdroom?
Het dealen met mogelijke onveiligheid in gezinnen is voor professionals (in organisaties of als zelfstandige) vaak lastig. Vermoedens van kindermishandeling of huiselijk geweld zijn maar zelden heel hard te maken. Het omgaan met onzekerheid, het goed expliciteren van vermoedens en signalen en deze uitspreken en tegelijkertijd in verbinding blijven met cliënten combineren is niet eenvoudig. Als het afwegingskader professionals helpt om zichzelf de juiste vragen te stellen en te expliciteren of er al dan niet sprake is van een ernstige, structurele vorm van geweld - en daarmee de noodzaak om te melden bij Veilig Thuis - ben ik al heel tevreden. Ik zou graag zien dat onze professionals samen met iemand van Veilig Thuis kunnen optrekken en samenwerken aan het herstellen van de veiligheid van het kind waar het om gaat. Die wens leeft ook sterk onder onze beroepsgroepen. Uiteindelijk leveren we dan een bijdrage aan het veilig opgroeien voor meer kinderen, daar gaat het om!