‘We leren pas echt als we ons kwetsbaar opstellen’

Uitgelicht: Een lid van het College van Toezicht van SKJ

Leden van de BPSW werken in uiteenlopende sectoren en functies in het sociaal werk. Wie zijn deze professionals? En wat drijft hen? Het woord is dit keer aan Erwino Ouwerkerk. Hij werkt als jeugdbeschermer, geeft trainingen beroepsethiek en is lid van het College van Toezicht van Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. ‘Ik wil dat dit werk zo goed mogelijk gedaan wordt.’

Je doet veel voor het vak. Waarom?
‘We hebben een heel mooi vak! Werken met jongeren spreekt erg tot mij. De waarde van dit vak ligt in het persoonlijke contact wat je aangaat met iemand. Je kunt dan echt verschil maken in iemands leven.
Het is ook een moeilijk vak. Alles kan een signaal zijn: als een kind te druk is, of juist te rustig bijvoorbeeld. De samenleving reageert soms wat te makkelijk als er iets mis gaat. Alsof wij auto’s repareren en niet gezien hadden dat die bougie vervuild was. Dat we die hadden kunnen vervangen. Ja, zo zit ons werk niet in elkaar.’

Wat zijn je werkzaamheden als lid van het College van Toezicht?
‘Ik besteed een dag in de maand aan het lezen van stukken, en een dag in de maand aan de zitting. Op zo’n dag behandelen we meerdere zaken. Wat is de klacht? Welke artikelen uit de beroepscode zijn van toepassing? Vaak is er een rode draad in de klacht, bijvoorbeeld dat er te weinig geluisterd is, of te veel op eigen houtje is gedaan. Dan kijken we welk artikel daarbij past, hoe kwalijk het is geweest en welk effect het heeft in de praktijk. We gaan serieus en oprecht in gesprek met de mensen, over hoe zij hun werk gedaan hebben. De combinatie van jeugdbeschermers en juristen in het college vind ik heel mooi: Het samengaan van de moeilijke praktijk en de uiteindelijk zakelijk rationele verantwoording.’

Waarom zit je in het college?
‘Ik kan door mijn ervaring iets bijdragen aan de inhoud van het vak. Het is belangrijk om recht te spreken voor mensen die klagen, en recht te doen aan situaties waar mensen last van hebben. De hele beroepsgroep kan leren van het tuchtrecht. Ik heb zelf ook regelmatig vragen in mijn werk als jeugdbeschermer: doe ik het wel goed genoeg? Ik leer van het tuchtrecht, over wat er redelijkerwijs verwacht mag worden, hoe kan het beter, hoe kan het in een organisatie beter? Ik wil dat dit werk zo goed mogelijk gedaan wordt.’

Wat vind je ervan dat professionals nu zelf aanspreekbaar zijn op hun handelen?
‘We hebben te lang te veel alleen gewerkt. Je zat alleen bij die jongere. En je neemt jezelf mee, je eigen socialisatie, je normen en waarden. Het vak verdient het dat we wat vaker over onze schouder mee laten kijken, of we het goed genoeg doen. Ik heb altijd gevonden dat mensen zelf aanspreekbaar zijn op hun werk, en verantwoordelijk zijn voor hun handelen. Want we nemen regelmatig ingrijpende beslissingen over kinderen en hun opvoeders. Je moet de bereidheid hebben om je te laten toetsen door anderen en verantwoording af te leggen als er een klacht binnenkomt. En vervolgens daarvan te leren. We leren als beroepsgroep pas echt wat als we bereid zijn ons kwetsbaar op te stellen.’

Dat kan moeilijk zijn voor professionals, als er een maatregel opgelegd kan worden.
‘Ja, dat is ook het lastige aan het tuchtrecht, dat we enerzijds willen leren, en mensen uitnodigen om open te vertellen over hoe ze hun werk hebben gedaan, en dat we aan de andere kant een maatregel kunnen opleggen als ze dat doen. De uitdaging voor ons als werkers en organisaties is hoe we zorgen voor een klimaat waarin je wel de kwaliteit bewaakt, en waar het tegelijk zo veilig is dat zich mensen zich kwetsbaar op durven te stellen, zodat we kunnen leren?

De volgende stap is: hoe zorgen we ervoor dat organisaties ervan gaan leren? Mag je bijvoorbeeld een zaak terug geven als je te druk bent? Hoe doe je dat professioneel en in het belang van de jongere? En wat doe je als je het niet eens bent met een advies dat door je manager of gedragswetenschapper wordt gegeven? We moeten structureel meer de tijd nemen om te praten met en te leren van elkaar. Reflectie is het antwoord op professionalisering. Leren sterkt mensen in hun vak, en dat is uiteindelijk goed voor de kinderen.’